Lettergrootte:

Historische Geografie

De historische geografie richt zich op de wijze waarop het cultuurlandschap in de loop van de tijd is ontstaan en ontwikkeld. Zij heeft betrekking op zaken die door de mens in het verleden in het landschap zijn gecreëerd en die het karakter van een gebied bepalen. De historische geografie legt de nadruk op elementen uit het historische cultuurlandschap en hun onderlinge ruimtelijke samenhang. Ook de ruimtelijke samenhang van gebouwen binnen de streek speelt in de historische geografie een belangrijke rol.

Het gebied Eemland
Eemland kenmerkt zich door een open weidelandschap dat doorsneden wordt door sloten en watergangen. Het is een zogenaamd slagenlandschap met een grote openheid. Door de snelle ontwikkelingen na 1945 zijn grote gedeelten van het landschap verstedelijkt. Bovendien is het gebied ontsloten door de aanleg van nieuwe wegen en watergangen. Daardoor zijn de landerijen niet langer alleen maar toegankelijk vanaf de oude ontginningsassen. Ook zijn in de loop van de tijd de boerderijen naar het landelijk gebied verplaatst. De belangrijkste kenmerken zijn nog steeds de grote openheid van het gebied waarin vrijwel alleen bomen rond aanwezige boerderijen zijn geplant. Andere kenmerkende elementen zijn de dijken en de waaien langs de voormalige Zuiderzee en de rivier de Eem. Dat het gebied van grote waarde is, komt wel tot uitdrukking in de aanwijzing door het rijk van het gebied Arkemheen- Eemland als een van de twintig Nationale
Landschappen in Nederland.

Gemeente Bunschoten
Het meest opvallende aan het landschap van de gemeente Bunschoten is de grote openheid. Een openheid in het landschap die zich doorzet over de restanten van de voormalige Zuiderzee en de randmeren.
De gemeente Bunschoten bestaat uit de voormalige kernen Bunschoten en Spakenburg, die in de loop van de tijd totaal aaneen zijn gebouwd. Eerst met lintbebouwing langs de hoofdas en later door nieuwe woonwijken aan de oost- en westkant. Voorts treffen we in Eemdijk en Zevenhuizen boerderijenstroken aan. De stad Bunschoten en een deel van het centrum van Spakenburg zijn in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project aangemerkt als gebieden met bijzondere waarde. Daarnaast zijn ook enige waardevolle landschappelijke elementen en structuren aan te wijzen.

1. Bunschoten-stad
De oude kern van Bunschoten, begrensd door de resten van de oude Stadsgracht, is in zijn geheel als waardevol aan te merken. In de eerste plaats vanwege de uit de Middeleeuwen stammende plattegrond die nog in hoofdlijnen aanwezig is en een uniek voorbeeld is van een onvoltooide stadsontwikkeling (zie onderstaande download Notitie Stadsweiden 2011). Daarnaast wordt de waarde bepaald door de bebouwing langs de Dorpsstraat en de Veenestraat, waarbij vooral de stadsboerderijen, sommige nog in het bezit van de karakteristieke hooibergen, genoemd moeten worden. Tenslotte is de goed zichtbare verhoogde ligging van deze boerderijen c.q. de bebouwing langs de Dorpsstraat vanaf de oude omgrachting van belang.

2. De bebouwing van Spakenburg

Het noordoostelijke deel van Spakenburg is vanwege de bijzondere ontwikkeling als vissersplaats bijna in zijn geheel als waardevol aan te merken. Hierbij gaat het vooral om de historisch-ruimtelijke opbouw van het gebied en niet zo zeer om de individuele kwaliteit van de bebouwing. Een vijftal deelgebieden laat een bepaalde fase in de ontwikkeling van dit vissersdorp zien:
• De bebouwing langs de oostkant van de Oude Haven (Hoekstraat en Havendijk) dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw. Karakteristiek zijn hier de, ter voorkoming van wateroverlast, hoog boven straatniveau gebouwde visserswoningen. De erachter gelegen woningen werden na het gereedkomen van de Nieuwe Haven in 1886 gebouwd en liggen een stuk lager.
• De bebouwing van de direct achter de oostelijke zeedijk gelegen Weikamp dateert ook uit de tweede helft van de 19e eeuw en is een van de eerste uitbreidingen. Hier treft men iets grotere visserswoningen aan, die gevarieerd in de rooilijn staan, en restanten van het kleinschalige visverwerkingsbedrijf.
• De bebouwing van de Nieuwe Schans is de eerste planmatige uitbreiding (vanaf 1909) van de oude kern. De contouren van dit verdedigingswerk zijn, zij het met enige moeite, nog steeds te ontdekken.
• Het vierde gebied betrof de bebouwing van de Kerkemaat, ten oosten van de Nieuwe Haven. Dit tweede uitbreidingsgebied bevat een relatief grootschaliger bedrijvigheid met scheepswerf, nettentaanderij, inleggerij en rokerijen. Van deze bebouwing is in de loop van de tijd veel verdwenen.
• Het laatste gebied is de Oude Haven met scheepswerf en botters en de omgeving aan de Gracht. Hier werd in 1949 de binnenkolk gedempt en daarna is het gebied verder gewijzigd van vissersplaats in winkelgebied. Wat resteert, zijn de Botterwerf aan de Oude Haven en nog enige typerende negentiende-eeuwse steegbebouwing, met onder meer een geheel gerestaureerde visrokerij.

3. Terpen
Er zijn enige terpen, die in de late middeleeuwen werden opgeworpen als veilige huisplaatsen in een gebied dat door overstromingen werd geteisterd. Bekende huisterpen zijn die van Bisschopsweg 1 en aan het einde van de Burgwal.

4. Waaien langs de Eem

Als gevolg van vele overstromingen door de Zuiderzee ontstonden langs de Eem vele kolkgaten. Deze zogenaamde waaien zijn stille getuigen van dit natuurgeweld.

5. Veen- en Veldendijk
De Veendijk werd vanaf 1409 tussen Spakenburg en Laak aangelegd en rond 1430 als Veldendijk in westelijke richting verlengd als eerste bescherming tegen de Zuiderzee. De Veldendijk is de dijk direct langs het randmeer en maakt slechts gedeeltelijk deel uit van de Westdijk. Beide dijken zijn later vervangen door dijken die meer landinwaarts werden gelegd (Oostdijk en Westdijk). De dijk langs de Eem maakt deel uit van de oorspronkelijke Veldendijk.

6. Historische watergangen
Van oudsher hebben enkele watergangen de structuur van het grondgebied bepaald. In de eerste plaats aan de westzijde de Eem en aan de oostzijde de juist op het grondgebied van de gemeente Nijkerk gelegen Laak. Daarbinnen vormen de Stadsgracht en de Spakenburger Gracht de opvolgers van het oude veenriviertje dat
van zuid naar noord stroomde. Bepaalde gedeelten van deze watergang zijn in de loop van de tijd gedempt of verlegd. Enkele belangrijke gedeelten in de Stadsgracht en Spakenburger Gracht ontbreken ter hoogte van het Kolkplein en het Spuiplein. Watergangen van een latere datum zijn onder meer de Bikkersvaart, de
Broerswetering en de Coenraadswetering. Met name van de laatste is meer dan de helft gedempt. Daarnaast zijn er hier en daar nog restanten aanwezig van (naamloze) watergangen die door de ruilverkaveling in de jaren vijftig hun functie hebben verloren. Met name langs de Fokjesweg is deze watergang nog in het landschap te herkennen.

7. Eemdijk
Eemdijk is een voorbeeld van een langgerekte lintbebouwing langs de dijk van de rivier de Eem. De weg kronkelde oorspronkelijk helemaal met de dijk mee. Bij de ruilverkaveling rond 1950 is de weg voor een groot deel rechtgetrokken, waardoor van het oorspronkelijke karakter veel verloren is gegaan.

8. Zevenhuizen
Zevenhuizen is tot slot een bijzonder element in het landschap. Het is een goed voorbeeld van een agrarische nederzetting in de vorm van lintbebouwing langs een doorgaande weg. Vanwege de wat hogere ligging en de aanwezigheid van bomen en bosschages vormde het een overgangsgebied naar het nog hoger gelegen Hoogland en de Utrechtse Heuvelrug.

Oude palendijk
Het Waterschap Vallei & Eem heeft in samenwerking met de gemeente een oude palendijk gereconstrueerd in Bunschoten bij het Randmeer. Vroeger lagen overal langs de hele Zuiderzee palendijken. Nu vind je alleen nog de palendijk in Bunschoten. Hij is nagebouwd om te laten zien hoe het vroeger was. De palendijk bevindt zich langs de zomerkade bij De Oude Pol, op de hoek van de Westdijk en Eemdijk.
 

Palendijk

De palendijk anno 1705, bron: Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht

Commentaar / Reacties ()